De colleges zijn begonnen. Eindelijk. De introductiemaand heeft inmiddels lang genoeg geduurd en het is tijd voor de noeste arbeid. De colleges en de roosters zijn hier wat anders dan in Nederland. Zelf heb ik het enigszins proberen te vermijden, maar mijn collega-studenten hebben soms roosters met colleges ‘s morgens vroeg om 8 uur, om vervolgens te eindigen om negen uur ‘s avonds. Zelf heb ik wat eisen gesteld aan mijn rooster en het komt erop neer dat ik op zijn vroegst om 10h15 begin. Nog mooier, maar dat was niet met opzet: de vrijdag is vrij. Colleges duren hier twee uur lang, zonder pauze. Dat klinkt verschrikkelijk, maar gisteren viel me dat gelukkig alleszins mee.

Die vrijdag is “vrij” welteverstaan, want studeren houdt hier duidelijk iets anders in dan in Nederland. Studeren is echt hier hard werken. Mijn docente van mijn werkgroep Grands Enjeux européens, waarvan ik om googletechnische redenen de naam niet zal noemen, ratelt als een gek, heeft net een kind gekregen en moet na het college als de wiedeweerga ervandoor om zich te spoeden naar een ander onderwijsetablissement om weer te doceren. Vragen na het college zitten er dus niet echt in. Ze weet van “pakken aan”; haar eisen zijn hoog, maar duidelijk. Hier hebben we overduidelijk te maken met het type niet lullen, maar poetsen. Dit harde werken wordt direct beloond met de eerste stappen van het integratieproces met de inboorlingen van Frankrijk, omdat ik volgende week al een presentatie moet houden, tezamen met een Française. Het aantal opdrachten dat ik voor dit vak moet doen ligt ongeveer vier keer zo hoog als in Nederland.

Omdat ik mij enkele dagen voordat de introductiemaand was afgelopen bedacht dat ik nog snel de tijd had om enkele Parijse trekpleisters te bezoeken, heb ik nog even de toerist uitgehangen. Vrijdag ben ik met Claartje naar het Dôme des Invalides geweest, zaterdag met een groep Nederlanders naar de paardenraces in Auteuil en zondag met de hele Sciences Po groep naar Euro Disney.
De paardenraces waren geweldig. Het Hippodrome was gevuld met een mannelijk vergrijsd publiek. Eén oud mannetje heeft ons proberen thuis te brengen in de beginselen van het paardenwedden. Hij zei dat hij altijd verloor; wij hebben dan toch beduidend beter gespeeld. Uiteindelijk hadden we een winst (!) ter waarde van … 3 euro. Voor een leuke dag met simpel vermaak is het dus aan te raden een keer naar het Hippodrome d’Auteuil te gaan.
Het pretpark was geweldig, maar genoeg Disney voor de komende tien jaar (ik was er ook al tien jaar niet geweest, dus ja, dan heet het straks regelmaat). De Space Mountain is fantastisch en plotseling bleek mijn docent methodologie (die ook de hele dag mee was), zich als de grootste clown ter aarde te ontpoppen.

En toen was de pretmaand voorbij. Het leven is begonnen!