De laatste weken beleef ik, ondanks de cursus Frans en de lessen methodologie die ik overdag moet volgen, een soort tweede El Cid.

Feestjes, bezoeken aan café’s, culturele activiteiten in Parijs, alles passeert de revue. Het gekke is alleen dat ik in tijdens mijn verblijf in Parijs de stad eigenlijk helemaal niet van een te zeer toeristische kant heb gezien; je bezoekt met de noodzakelijke faciliteiten: je kamer, de supermarkt, de wasserette, het postkantoor, Sciences Po en de kamers van anderen. Dan houdt het toch alweer een beetje op.
Ik lieg een beetje, want het afgelopen weekend tijdens de Journées du Patrimoine, een soort Open Monumentendagen, heb ik wel een bezoek kunnen brengen aan het Hôtel de Beauvau, het Franse Ministerie van Binnenlandse Zaken. Aanvankelijk had ik met mijn Nederlandse gast besloten proberen het werkkantoor van Sarkozy te bezoeken, maar toen bleek dat daar een kilometerslange rij stond van zeven tot negen uur, is gekozen voor het daarnaastliggende ministerie. Het was onverwacht leuk, omdat er een klein orkest was ingehuurd, een tentoonstelling was over een oude Franse politiemacht, de Brigades du Tigre, veel oude auto’s waren en veel informatie was over het gebouw zelf, dat vroeger een soort paleis is geweest.

Daarna heb ik met ontzettend gezellige Nederlanders in het Champs de Mars gezeten, waar de zon overuren draaide. Het leek de zomer te zijn die Nederland is onthouden de afgelopen maanden. Parijs is een grote stad, maar niet als twintig meter verderop weer een bekende gaat zitten op het gras bij de Eiffeltoren. Deze ontmoeting bleek overigens voor Alexander een mooie gelegenheid om mijn Nederlandse gast Fransijn en mij uit te nodigen voor een etentje thuis bij hem de volgende dag.

Toen we daar op bezoek kwamen, heb ik mijn eerste inschattingsfout betreffende Parijzenaren gemaakt, toen ik gesprek raakte met zijn huisgenoten. Blijkbaar heb ik hen toch enigszins beledigd met de mededeling dat ik Eiffeltoren eigenlijk helemaal niet zo mooi vindt, maar dat het nu alleen esthetisch verantwoord is, omdat die toren een symbool van Frankrijk is. Ter compensatie zet ik nu de foto op mijn log. Anna, hij is prachtig!

Bij Sciences Po zijn vrijdag de inschrijvingen voor vakken geopend, wat heeft geresulteerd in een leuk vakkenpakket. Binnenlandse Amerikaanse geschiedenis sinds 1945, de Europese Unie & veiligheidsvraagstukken, en les Grands Enjeux en Europe. Daarnaast volg ik nog een cursus Frans en overweeg ik mij in te gaan schrijven voor een sport. Het scala aan sporten dat wordt aangeboden is hemelsbreed, dus die kans mag ik natuurlijk niet aan mij voorbij laten gaan!

Verder zijn deze week mijn methodologieklassen begonnen. Ik heb nog een beetje moeite met de uitspraak van mijn docent, die een Franco-Colombiaanse achtergrond blijkt te hebben, snel praat en begiftigd is met een slissende uitspraak. De Franse methodologie schijnt behoorlijk af te wijken van de Nederlandse, alhoewel de verschillen totnogtoe niet aan mij duidelijk zijn geworden. Ik hoop dat dat de komende twee weken gaat gebeuren. Gelukkig moet er wel iets harder gewerkt gaan worden dan bij de Frans cursus, wat betekent dat er iets meer structuur komt in deze ‘Le Cid’ van een maand.

Volgende week meer verhalen!