Helden sterven veelal tragisch: te midden van de strijd, voor het vaderland of een ideaal. Willem van Oranje: de martelaar voor het vaderland Nederland. Hij vocht tegen de Spanjaarden, voor de vrijheid van het Nederlandse volk. Inmiddels hebben we ook onze moderne voorbeelden – ongevraagd – gekregen. Pim Fortuyn, omgekomen bij de eerste Nederlandse politieke moord sinds eeuwen. Deze gebeurtenis geeft hem een grotere plaats in de Nederlandse geschiedenis, dan hem anders toebedeeld zou zijn geweest. Wat zeg nou zelf, als uitvinder van de studenten-OV-jaarkaart wordt hij over honderd jaar niet meer aangehaald in de geschiedenisboekjes. Hetzelfde geldt voor Theo van Gogh; uiteraard was hij een spraakmakende persoon (en ook nog eens familie van de grote schilder), maar wie zou over tweehonderd jaar nog weten wie hij was, als hij niet vermoord zou zijn?
Deze martelaars gaan beroemder de geschiedenis in dan staatsmannen als Kok, Colijn, Drees of Balkenende. De ironie is terug te vinden in het feit dat men blijft leven door onnatuurlijk en/of vroeg te sterven. Willem van Oranje, Pim Fortuyn, Theo van Gogh, John F. Kennedy, Jeanne d’Arc, Johan de Witt, Lady Diana, maar ook Kurt Cobain, Elvis Presley en John Lennon voeren het lijstje aan. Jezus is nog de bekendste martelaar aller tijden.

Ik wil niet graag aan dit rijtje worden toegevoegd, omdat ik hoop dat mij een lang leven is gegund. Bovendien is het ook mogelijk om oud én bekend te worden (kijk naar Einstein bijvoorbeeld). Echter, mijn eventuele martelaarschap of bekendheid, mijn heldendom, mijn heroïsche beeltenis, de mogelijkheid een legende, een mythe te worden – en misschien nog wel belangrijker, mijn leven – was mij onlangs bijna afgepakt.

Ik had een gesprek met mijn huisgenoot over manieren om dood te gaan: je kan omkomen in een vliegtuigongeluk, een auto-ongeluk of overlijden aan de gevolgen van een nare ziekte. Er zijn tal van mogelijkheden die ervoor kunnen zorgen dat je niet bejaard zult worden. Het is niet echt prettig dat het je allemaal kan overkomen, maar het maakt leven eigenlijk wel spannend: we weten gewoonweg niet wat er gaat komen.

Twee minuten later loop ik door de gang. Vlak achter mij hoor ik heel hard iets vallen: het strijkijzer. HET STRIJKIJZER! Het was van de gangkast gevallen, waar het bovenop stond. Bijna bovenop mijn hoofd, met flink gewicht. Het was bijna mijn glorieus einde geworden, als slachtoffer van het huishouden.