Kiesrecht in Nederland
Als we het in Nederland hebben over kiesrecht, denken we vaak aan het belangrijkste evenement in de Nederlandse geschiedenis op het gebied van kiesrecht, en dat betekent dat we sinds 1919 in Nederland ook actief kiesrecht voor vrouwen kennen.

Daarbij tellen we nog even wat onbekendere evenementen op zoals de afschaffing van het censuskiesrecht in 1917, hetgeen inhield dat volgens Wikipedia men stemrecht verworf indien aan een van de volgende voorwaarden werd voldaan:

  • het betalen van een bepaald bedrag aan belastingen (censuskiezers)
  • het bezit van een bepaald bedrag aan spaargeld
  • het behaald hebben van bepaalde examens (capaciteitskiesrecht)
  • het ontvangen van een bepaald bedrag aan loon
  • het bezit van een woning

Tegenwoordig vinden we landen die censuskiesrecht hanteren – als ze al bestaan – evenals het gebrek aan vrouwenkiesrecht, bijzonder ouderwets. Overigens dient daarbij wel te worden vermeld dat de Duitsers in 1944 in Frankrijk nota bene het vrouwenkiesrecht hebben ingevoerd en in 1990 heeft het laatste canton Appenzell Rhodes-Intérieures in Zwitserland door een uitspraak van het Federale Hof het vrouwenkiesrecht moeten invoeren.
Afin, in 1965 ging leeftijd voor stemgerechtigden omlaag van 23 naar 21 en zes jaar later werd dat weer verlaagd tot 18 jaar. Bovendien steekt af en toe weer het leeftijdsdebat de kop op; zo stellen verschillende – meer liberale – politieke partijen in de voorbije jaren voor om de stemgerechtigde leeftijd te verlagen naar 16 jaar.

Daarnaast heeft er verruiming plaatsgevonden op het gebied van stemrecht, waar het gaat om nationaliteit. Europa heeft bedongen dat Europese burgers, die woonachtig zijn in een andere lidstaat moeten kunnen deelnemen aan lokale verkiezingen en de Europese verkiezingen. Van dit stemrecht heb ik dan ook gebruik gemaakt tijdens mijn verblijf in Parijs. Nederland gaat nog eens verder dan andere Europese landen en gunt ook mensen met een niet-EU-paspoort, die langer dan vijf jaar woonachtig zijn in Nederland stemrecht bij de lokale verkiezingen.

Waterschapsverkiezingen
Anderhalf jaar geleden had ik een Zwitsers huisgenootje en doordat ze weg is gegaan en zich nooit heeft uitgeschreven, óf omdat de administratie hier in Nederland niet helemaal op orde is, heeft zij dit jaar een stembiljet ontvangen voor de waterschapsverkiezingen.

De alarmbellen deden mijn grijze cellen hevig klotsen en rinkelen toen de enveloppe van het waterschap met haar naam binnenkwam op mijn adres.

Allereerst beschikte mijn Zwitserse huisgenootje niet over een EU-nationaliteit en ze was minder dan vijf jaar woonachtig in Nederland geweest. Hoe was het dan mogelijk dat ze mocht stemmen bij de waterschapsverkiezingen? Een klein onderzoekje heeft mij tot de conclusie gebracht dat de Kieswet, zoals deze van toepassing is op de verkiezingen voor parlement, provinciale staten en gemeenteraad niet geldt voor de waterschappen.

Waterschappen zijn de oudste democratische instituten ter wereld en bedruipen zich met hun eigen middelen. Ze zijn losgekoppeld van de algemene politieke arena en slagen er in het algemeen in buiten het vizier van de media te blijven, óf ze slagen er niet om die aandacht te krijgen; het is aan jezelf om het perspectief hierop te kiezen. Dat deze scheiding zelfs tot op de hoogte van de kieswet van toepassing is schept mijn verbazing.
Daar waar de Kieswet eisen stelt aan verblijfsduur of nationaliteit, doet de Waterschapswet dit in zijn geheel niet. Men dient enkel ingezetene te zijn er verkrijgt daardoor het algemene kiesrecht voor de waterschappen. Dit is toch een interessant fenomeen.

Sla de Waterschapswet er maar eens op na:

Voor de verkiezing binnen een kiesdistrict zijn stemgerechtigd de ingezetenen die volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens woonachtig zijn in het kiesdistrict en uiterlijk op de laatste dag van de stemmingsperiode achttien jaar of ouder zijn.

Hierbij is het interessant te bedenken wat de oorspronkelijk filosofie van het kiesrecht bij waterschappen moet zijn geweest. Op dit vlak redeneer ik alleen, zonder enig referentiemateriaal te hebben voor mijn argumenten.
Geconstateerd dient te worden dat het 19e eeuwse begrip van nationaliteit acht eeuwen geleden nog niet was ingeburgerd. Het is wellicht gelegen aan de leeftijd van dit democratische instituut dat ervan uitgaat dat alle inwonenden van het betreffende gebied belang hebben bij een goed functioneren van het waterschap. Daarbij geldt waarschijnlijk ook het aloude principe dat wie betaalt, bepaalt. Nationaliteit doet er dan ook niet toe.

Als het waar is wat ik zeg, dan zou de conclusie kunnen worden getrokken dat op het gebied van stemrecht de waterschappen de meest liberale instituten zijn van heel Europa, aangezien het enkel benodigd is woonachtig te zijn in het waterschap om stemrecht te verwerven.

Het feit dat niet-Nederlanders sowieso stemrecht hebben bij waterschappen en in meer beperkte vorm bij lokale verkiezingen is nooit meegenomen in de overwegingen van de Partij van de Arbeid in het verkiezingsprogramma van 2007 om de waterschappen op te heffen en onder te brengen bij de provincies. Voor de provincies heeft de niet-Nederlander geen stemrecht. In termen van universeel stemrecht zou de opheffing van de waterschappen – en overheveling naar de provincie – een verarming betekenen.

Wat een fantastische ontdekking!

Tags: