Archief van juli, 2008

Zeventig daklozenkranten

Terwijl het vuurwerk hier op de achtergrond klinkt in een hostel in Jeruzalem, lijkt het wel een viering voor het aftreden van Olmert. Vandaag hadden we nog een lunch met Connie Mus van RTL over zijn correspondentschap, en vanavond is hij uitgebreid in het nieuws om verslag te doen over hoe het allemaal zit. Erg leuk allemaal. Het stond alleen in schril contrast met het ochtendprogramma.

Vandaag hebben we namelijk een alternatieve kruisweg afgelegd. Niet zoals Jezus hem in Jeruzalem liep, door de onder andere de Via Dolorosa, maar langs plekken die het Palestijnse lijden symboliseren; deze weg voerde ons voornamelijk langs bepaalde plekken bij de Muur. Zo stonden we stil bij een dorpje dat zestig jaar geleden nog bestond, net buiten de stad, daarna bij het settlement Pisgat Ze’ev, om de verschillen van de leefomgeving te aanschouwen, waarna het meest aangrijpende deel van de dag zich heeft aangediend: we zijn in Oost-Jeruzalem op bezoek gegaan bij een huizenblok dat eergisteren is opgeblazen. De gemeente Jeruzalem heeft opdracht gegeven tot de vernieling van een huis dat tot eergisteren aan zeventig mensen nog onderdak bood. De ontploffing van het huis is te zien onder deze link.

Bij het huis troffen we enkele oud-bewoners aan en zij waren compleet verslagen. Moet je je voorstellen. Een prachtig huis, waarin je je thuis voelde, samen met je familie, al je spullen, foto’s, herinneringen en dat wordt vanwege een gebrek aan een bouwvergunning voor een nieuwe vijfde verdieping gewoon even met de grond gelijk gemaakt. De oud-bewoner vertelde dat meer dan 300 soldaten het huis hebben omringd, en deze de familie uit het huis hebben verjaagd. De familie werd door twee lange rijen soldaten heen geduwd; daarna is het huis opgeblazen met explosieven. De vrouw van de Palestijnse organisatie die ons deze alternatieve kruisweg liet volgen kon haar tranen niet bedwingen toen we bij het huis aankwamen.

Het was dan ook een behoorlijke confrontatie. Op de grote weg kan men er nauwelijks iets van zien, maar dertig meter verderop, een klein weggetje ingeslagen, valt niet meer te ontvluchten aan het beeld van een vernietigd huis. De bloemen op het balkon stonden nog prachtig in bloei, daarnaast was het huis volledig ingestort (vier verdiepingen hoog), houten deuren stoken naar buiten, bankstellen zaten beklemd, een enkel kussen lag tussen het puin en op de grond vond Merel nog het scherf van mooi servies.
Het probleem was dat Israël beweerde dat het huis illegaal was, en de eigenaar van het huis meende wél een vergunning te hebben om een vijfde verdieping te bouwen. Uiteindelijk is een demolition order uitgevaardigd voor dit huis, en zo wordt het gewoon maar even opgeblazen. “Regels zijn regels”. En zo waren zeventig mensen dakloos, verslagen en getraumatiseerd. De dertienjarige jongens die gedesillusioneerd en boos voor zich uit zaten te kijken en ook hun huis waren kwijtgeraakt lijken mij juist de vatbare kandidaten voor terrorisme. Op deze manier speelt Israël het alleen maar in de hand en creëert zij alleen nog maar meer een goede solide basis voor haar beleid. Veiligheidsbeleid rechtvaardigen door het creëren van een nieuwe dreiging, nieuwe terroristen, is in mijn ogen bijzonder paradoxaal.

Hoe kun je iemand zomaar dakloos maken? Hoe kun je iemand zoiets aandoen? Mijn opa en oma hebben het meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog, en dat duurde maar vijf jaar. Hier is het al wat langer aan de gang. Bij een strafbaar feit kun je iemand toch gewoon arresteren, zonder dat je daarbij zeventig mensen hun huis ontneemt? De daklozenkrant zal er in ieder geval wel bij varen.

Zelfs al zou die eigenaar geen bouwvergunning hebben gehad, Israël geeft systematisch geen bouwvergunningen uit aan Palestijnen, dus iedere bouwactiviteit wordt beschouwd als illegaal. Dat is toch niet eerlijk? Het verlangen naar een joodse staat is misschien nog tot op zekere hoogte accepteren, maar waarom moeten mensen daar het slachtoffer van zijn? Op deze manier wordt de Nakba, die zestig jaar geleden is begonnen, vandaag de dag ook nog vervolgd. De wanhoop die te zien was in de ogen van de bewoners die bij hun opgeblazen huis stonden, raakte diep. Iedereen van de groep was dan ook even behoorlijk van slag. Gelukkig vond ik op de weg terug nog een familiefoto, welke gelukkig een kleine glimlach tevoorschijn kon toveren op de gezichten van de oud-bewoners, toen ik hem terugbracht.

Het vreemde is dan wel om te bedenken dat dit soort acties in Nederland vaak kleine krantenberichtjes zijn, of zelfs niet vermeld wordt omdat er geen journalistieke hoor en wederhoor kan worden toegepast, zodat het verhaal niet meer interessant is. Het feit dat dit soort acties bij de Israëlische dagelijkse praktijk horen, schokt mij bijzonder. In Nederland zou een kabinet kunnen vallen over wat eergisteren is gebeurt, hier in Israël is het routine.

Bah.

Links bij dit bericht:
– Opblazen huis (link)
– Franstalig verslag (link)

Tags:

Israëlische geschiedenis en de Palestijnen

Gisteren zijn we bij een Joods-Israëlische organisatie die zich bezig houdt met de Palestijnse geschiedenis van Israël, die systematisch wordt verzwegen door de Israëlische overheid.

Voor een gesprek met de 48-jarige Eitan zijn we afgereisd naar het Canadapark nabij Jeruzalem. Het is nu een prachtig recreatiepark, compleet bebost, zodat je heerlijk tot rust kunt komen. Eitan nam ons mee naar een “Romeins badhuis” . Eerst denk je, waarom ga je naar een Romeins badhuis? Het was heel interessant, het badhuis bevat inderdaad de originele structuren van een Romeins badhuis, evenals oude mozaïeken. Niet wordt vermeld dat veertig jaar geleden dit Romeins badhuis nog een Arabisch huis was dat deel uitmaakte van het Arabische christelijk dorp Emmaüs, ook wel bekend uit de Bijbel. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 is het dorp compleet vernietigd en het Romeins badhuis is wat er tevoorschijn is gekomen bij wat archeologisch onderzoek, waarna alleen nog de Romeinse historie van het badhuis wordt benadrukt.

Zochrot heeft zich er toen voor ingezet om een bord te creëren waarin de volledige geschiedenis wordt weergegeven, inclusief de Palestijnse. Hiertegen is veel weerstand geweest vanuit de organisatie die het moet toestaan, en ook is het bord een keer voor de helft geverfd, zodat de Palestijnse geschiedenis niet leesbaar was. Deze organisatie werd met het verzoek tot het vermelden van de volledige geschiedenis beschuldigt van het politiseren van de geschiedenis, terwijl het enkel om een feitelijke weergave gaat, voor zover dat mogelijk is. Uiteindelijk is het bord weer leesbaar gemaakt, maar niet lang geleden is het gestolen.

In Israël bestaat verzet tegen de Palestijnse geschiedenis, maar dat niet alleen. Het systeem houdt mensen dom. Op scholen wordt verteld dat er bijna niemand in Palestina woonde in 1948 en dat de joden makkelijk er konden gaan wonen. De Nakba (de verjaging van Palestijnen van hun woonplek) wordt doodgezwegen en veel Israëli’s zijn zich dus onbewust van de historie van veel plaatsen. In Tel Aviv is men zich niet bewust dat delen van de stad oude Arabische (verwoeste) dorpen zijn, in Ein Hod (in het noorden van Israël) wisten Israëlische passanten waarmee we spraken niet van de geschiedenis van het dorp – namelijk dat de bevolking daar ooit verjaagd is en dat de huizen die er staan van Arabieren waren. Het betekent overigens niet dat de rest van het Palestijnse geschiedenisonderwijs compleet onder de maat is, want de Romeinse tijd, de Britse tijd, de Ottomanen, alles komt aan de orde, de Palestijnen zijn alleen onderbelicht.

Onwetendheid en bewuste weerstand maken het dan ook moeilijk voor Eitan, de man die we hebben gesproken in het Canadapark, om zijn boodschap aan de man te brengen. Langzaamaan wordt het bewustzijn in Israël groter; enkele scholen hebben hem verzocht een rondleiding te geven in het park en daarbij alle kanten van de geschiedenis te belichten. Het moet wel bijzondere man zijn om zo gedreven te zijn. Bij verschillende vrienden stuit hij op onbegrip voor zijn werk; een collega van hem ligt zelfs overhoop met zijn moeder omdat het gezin waar die collega uit komt behoorlijk beïnvloed is geweest door het leger (de vader was een hoge generaal). Het is wel bijzonder om dan zo’n gedreven persoon te zien, die zelfs zijn zoon heeft aangemoedigd niet in het leger te dienen, iets dat in de Israëlische samenleving een behoorlijke stap is. Als je carrière wilt maken, is dat ook afhankelijk van het succes dat je hebt in het leger, je legernummer fungeert als je sofinummer.

Het is altijd lastig om de zwarte bladzijden uit de geschiedenis aan de kaak te stellen. Duitsland gaat er goed mee om, in Nederland heeft het enkele eeuwen geduurd voordat we onze slavenhandel betreurden en in Israël, wie weet hoe lang het zal duren? Gelukkig worden sommige Israëli’s door het onderwerp geïntrigeerd, maakt het daarna deel uit van hun leven en zo dragen zij hun steentje bij aan het verbeteren van de wereld.

Tags:

De Joodse Staat

Gisteren zijn we naar Tel Aviv geweest, en wat een stad is dat. Het is ruim opgezet, overal staan palmbomen, de straten zijn groen en de mensen die er rondlopen zijn hip. De tegenstellingen zijn dan ook erg groot. Op de Westbank is zoenen voor het huwelijk eigenlijk al een doodzonde, en op de strandtent in Tel Aviv krijg je je biertje geserveerd door een travestiet of transseksueel. Rondlopen in Tel Aviv betekent het vergeten van het conflict dat de joden en de Palestijnen in zijn greep houdt. Hoogstens in de bus hou je je hart vast, en dat heb ik tijdens twee busritten tussen Tel Aviv en het nabijgelegen Jaffa dan ook eventjes gedaan.

Tijdens de dag die we hebben doorgebracht in Tel Aviv hebben gesproken met 22-jarig Joods-Israëlisch meisje, Tali, dat voor Israëlische begrippen erg progressief is en redelijk bewust van de historie van de Palestijnen. Met een Joods-Israëlische organisatie is zij zelfs een keer naar Hebron afgereisd om de situatie met de settlers daar te bekijken. Tijdens dit gesprek werd heel erg open gesproken over haar mening over het veiligheidsbeleid van de staat Israël, de structurele discriminatie van niet-joden c.q. Arabieren en op welke manier het conflict haar in haar persoonlijke leven raakt. Eindelijk hoorde ik een eerlijk verhaal, en had ik het gevoel dat ik de joodse kant beter begrijpen. Tali vertelde dat zij Israël beschouwt als een vluchthaven voor joden, een thuisland waar de joodse natie behoefte aan heeft. De Arabieren worden in dat land structureel gediscrimineerd, om het joodse karakter van de staat te waarborgen. Als de Arabieren gelijke rechten krijgen, kan de situatie in Israël compleet de andere kant opslaan. Dit argument moet worden bezien in combinatie met de demografische ontwikkeling van de Arabieren t.o.v. van de Joodse bevolking – ze nemen namelijk in aantal snel toe. Daarnaast moet je even bedenken dat de Arabische Liga zelfs is opgericht met het doel de Joodse staat te vernietigen, en het argument van de joodse staat is bijna gerechtvaardigd.

Of het argument voor een joodse staat nu gerechtvaardigd is of niet, wat democratie en een joodse staat gaan niet samen, zoals Tali ook eerlijk toegeeft, maar zoals ze zegt, hoeft dat niet per se veroordeeld te worden. Een Amerikaans burger moet een Green Card krijgen, er geboren zijn, Amerikaanse ouders hebben of trouwen, en een joodse staat stelt weer een ander criterium: iemand moet joods bloed hebben. Persoonlijk stel ik daar dan wel de kanttekening bij: welk recht is het belangrijkste? Het recht van de mensen die er woonden/wonen (Arabieren) of dat van Joden, die nooit een eigen land hebben gehad, en dat door middel van structurele discriminatie willen behouden? Ik heb geen antwoord op deze vraag, maar dit meisje was wel de eerste die op een kredietwaardige manier de joodse staat an sich goed wist te verdedigen zonder daarbij niet al te veel niet kloppende argumenten aan te voeren. Dit gevoel had ik bij de settler in Efrat compleet niet, die zei dat een democratische én joodse staat mogelijk moest zijn. Tali meende dat er een democratie is voor joden, dat is tenminste een eerlijk antwoord.

Dat het mogelijk is de joodse staat te verdedigen en niet volledig akkoord te gaan met de praktijken van Israël, behoort ook tot de mogelijkheden. Dit meisje gaf toe dat ze vond dat niet alles door de beugel kon. Na een kleine test of zij zich ook daadwerkelijk bewust was van alles wat er gebeurde – bijvoorbeeld dat de 17-jarige Nancy met haar Jeruzalem-ID niet op de weg van Ramallah naar Betlehem mocht reizen, maar dat via Jeruzalem moest doen; het voorval met een Palestijnse man die zelfs werd teruggestuurd werd toen hij er zelfs toe bereid was zich uit te kleden voor het checkpoint; het feit dat Palestijnen twee tot drie keer zoveel betalen voor water en elektriciteit. Ze was zich niet bewust van alles, en schrok er ook wel van, denk ik. Als een bewust joods meisje dit zelfs niet weet, ja, dan weet ik het ook niet meer.
Daar zit het verschil precies in: die mensenonterende acties veroordeelt ze, maar ze veroordeelt niet het principe dat Israël een discriminerend beleid voert ten aanzien van Arabieren. Ik hoef het er niet per se mee eens te zijn, maar ik vond het fijn dat er eerlijk over kon worden gesproken. Ergens begrijp ik het ook wel, joden willen een land hebben waar ze zich thuis kunnen voelen en eindelijk een meerderheid kunnen zijn, in plaats van een minderheid.

Het probleem is dat beide kanten goede argumenten hebben, alleen is het de vraag welk recht en welke waarde de belangrijkste is. Wel weet ik dat ik het eens ben met mensonterende praktijken en muntjes waarop Groot-Israël staat afgebeeld, wat ik vreemde praktijken vind. Ik weet het even niet meer en hoop hier over een tijdje meer over te kunnen zeggen. Ingewikkeld is het in ieder geval wel.

Volgende blog zal ik schrijven over ons bezoek aan de organisatie Zochrot, een Joods-Israëlische organisatie die zich bezighoudt met de bewustwording van de Palestijnse geschiedenis in het gebied Israël / Palestina onder de joodse bevolking. De Palestijnse geschiedenis wordt structureel onderbelicht, verzwegen of zelfs verdraaid in het Israëlische onderwijs, en deze organisatie draagt op haar eigen manier een steentje bij.

Tags:

Van Palestijnen naar Syriërs

Daar is dan eindelijk weer een bericht van mij. We hebben de afgelopen dagen in het noorden van Israël – of pardon, Palestina, Syrië? – doorgebracht. We hebben gesproken met verschillende Arabieren / Palestijnen die door de overheid structureel worden onderdrukt. De overheid van Israël discrimineert systematisch Israëlische Palestijnen (die dus gewoon een paspoort hebben), door ze te weren uit verschillen sectoren, zoals het leger, de it-sector, maar zelfs ook airconditioning. Veel Palestijnen komen dan ook terecht in het onderwijs. Het onderwijs, tenminste, de publieke variant daarvan is voor de Palestijnen zwaar ondergefinancierd ten opzichte van Israëli’s en zo kan het verhaal nog wel even doorgaan. Deze boodschap werd ook uitgedragen door twee fanatieke jongeren waarmee we enkele dagen hebben opgetrokken.
Ayed en Walaa vertelden over hun persoonlijke ervaringen. Eén bijzondere ervaring was het bezoek aan het vernietigde dorpje Iqrit bij de grens met Libanon. Dit dorpje is in 1948 vernietigd, maar de belangrijkste – heilige – plekken zijn nog overeind blijven staan: een Rooms-Katholieke kerk van dit Arabische dorp, evenals de begraafplaats, waar de grootouders van Walaa liggen begraven; zelf wil hij ook zijn laatste rustplaats in dit dorp vinden. Walaa is één dorp uit de veel grotere Nakba, waarbij vele Palestijnen zijn gevlucht uit hun huizen. In Iqrit was de inwoners door de Joden verteld dat zij voor veiligheidsredenen het dorp twee weken moesten verlaten: de inwoners hebben nooit kunnen terugkeren en het enige dat is rest naast de kerk en de begraafplaats, is één foto, en heuvels vol met stenen. Het was erg indrukwekkend.

Ook hebben we tijdens ons verblijf in Noord-Israël een bezoek gebracht aan een dorpje in het uiterste noorden van de Golanhoogte, op de “grens” met Libanon en Syrië. Wat nu de officiële grens is van dit gebied wordt betwist. Officieel is het gebied waar wij verbleven Syrië, in de praktijk is het Israëlisch. De mensen die we hier hebben ontmoet worden in mindere mate onderdrukt en de Israëlische overheid biedt burgers de mogelijkheid een Israëlisch paspoort aan te nemen. Het aannemen van dit paspoort is alleen niet altijd even gewenst door de omgeving.
Wat ook erg interessant is, is het feit dat er Druzen wonen in de Golanhoogte. Op het openingsfeestje van een restaurant van het kleine dorp tegen de VN-bufferzone aan, hebben we contact gelegd met verschillende bewoners – Druzen. Het blijkt dus een soort van Islam te zijn die gelooft in reïncarnatie en alle dingen van de islam die moeite kosten hebben ze afgeschaft. Dat betekent dus geen ramadan, geen pelgrimstocht naar Mekka, niet vijf keer bidden per dag. Als Druus wordt je geboren en kun je niet trouwen met een moslim of christen en niemand kan Druus worden. Je bent het of je bent het niet. Dat is zo oneerlijk!

Tot voor zover even een kleine update. Vanmorgen zijn we in het Canada-park geweest (waar vroeger een Arabisch dorp lag), waar een Israëli heeft verteld over de historie van het park en vanmiddag hebben we met joodse jongeren gepraat, wat erg verhelderend was. Daar vertel ik morgen of overmorgen meer over. Tot snel!

Tags:

Radio-uitzending (20 juli 2008)

mp3player.swf

Radio 5 – Schepper & Co (20 juli 2008)

Tags: ,

Televisie

Volg ons ook op televisie!

Surf naar: http://artoflife.mambapoint.tv/

Tags:

Een oneerlijk dilemma

Een oneerlijk dilemma

Na een week op de Westelijke Jordaanoever te hebben verbleven lijkt het alsof ik mijn hart heb verloren aan Palestina, en dan met name aan de mensen die daar met liefde de groep hebben rondgeleid en het gastgezin wat mij met warmte heeft opgevangen. Een week Westbank heeft een hoop frustratie opgeleverd, maar ook de vraag welke rol de Palestijnse identiteit en het conflict in het dagelijks leven spelen.

Dat het conflict niet zomaar naar het rijk der abstractheden kan worden verwezen is gebleken uit diverse gesprekken die we hebben gevoerd. Bij het vluchtelingenkamp Deheisha dat we hebben bezocht, spraken we met een bejaarde man, die vertelde dat het conflict overal opdoemt. “Het water dat ik drink, de kleren die ik draag, het voedsel dat ik eet, de elektriciteit die ik gebruik, allemaal komt het uit Israël … Ik leef hier onder een andere zon, en de onderdrukking komt terug op alle manieren.”. Voor hem kwam het conflict in uiting in veel kleine dingen, terwijl ook het Israëlische leger in dit vluchtelingenkamp ’s nachts rondbanjerde, en gebruik wordt gemaakt van collectieve straffen, waarbij soms hele huizenblokken worden afgebroken (de tenten die vijftig jaar geleden in dit kamp stonden zijn inmiddels veranderd in echte flats), terwijl er maar één persoon een strafbaar feit heeft begaan.

Bij een bezoek aan een onerkend Bedouïnendorp in de Negev-woestijn (Bedouïnen zijn Arabische Israëli’s) vertelde een man, die docent was op een middelbare school in Beer Sheva, dat als hij jaren geleden de vraag stelde wat zijn Arabische leerlingen meenden wat zij waren, Arabier en Israëli, zij nu Palestijn antwoorden. Zelfs in Israël zijn er Arabieren die middels hekken worden gescheiden van joodse dorpen. Het verhaal wordt alleen maar complexer voor mij en onderdrukking lijkt een sleutelelement te zijn van de Palestijnse identiteit.

Dat onderdrukking en de strijd voor erkenning als mens, de strijd voor gelijke rechten raken tot diep in het persoonlijke leven van mensen. Het gastgezin waar ik verbleef heeft het niet slecht: ze zijn gelukkig met elkaar en ook in financiële zin kunnen ze zich goed bedruipen. Toen de vader des huizes mij mee nam naar het dak om een mooi uitzicht op Betlehem te hebben, begon hij automatisch over het conflict. “Kijk, dat lichtje daar is de geboortekerk, en daar heb je settlements, en daar ook. Langzaam aan worden we ingesloten, we kunnen geen kant meer op; ik zie geen licht aan het einde van de tunnel. Maar ik blijf hier wonen, want het land waar ik op woon, deze wijk, behoort toe aan mijn familie.” Mijn gastfamilie kan zich economisch goed bedruipen, maar de onderdrukking knaagt niet alleen aan de waardigheid van de Palestijn, maar ook aan de zekerheid van bestaan. Vader werkt in een elektronica- en witgoedhandel, moeder heeft de enige lingeriezaak van het dorp. Deze laatste zaak wordt getroffen door de verslechterende economische situatie op de Westbank en zij maakte zich dan ook zorgen over de toekomst van haar winkel.

Gedurende de week heb ik mij dan ook afgevraagd: wat is Palestijn zijn? Toen ik deze vraag stelde aan Lina, één van de Palestijnse contactpersonen gedurende onze week in Betlehem, werd het mij nog eens een stuk duidelijker gemaakt. Wat is Palestijn zijn voor jou? Zodra ik deze vraag had gesteld, werd direct gepraat over de strijd voor erkenning van Palestijnen, het recht op terugkeer, gelijke rechten, etc. Maar wat is dan voor jou Palestijn zijn zonder het conflict? Op die vraag kwam geen antwoord, want deze vrouw was opgegroeid met het conflict, het zit ín haar, het ís haar identiteit. Toen ik haar het dilemma voorlegde of zij er voor zou kiezen dat haar twee zonen in vrede en welvaart zouden opgroeien, of dat er wordt doorgegaan met de strijd, wist zij geen antwoord te geven. Ik geef toe, het is een oneerlijk dilemma, maar het is wel tekenend dat een keuze over de toekomst van je eigen kinderen je zo aan het twijfelen kan brengen. Dit maakte mij duidelijk hoe moeilijk het is om de Palestijnse identiteit en de strijd van het persoonlijke leven te scheiden. In Nederland stellen we andere prioriteiten: ik wil wat van de wereld zien, een goede carrière, een leuke vriendengroep, lekker eten; op de Westbank is het de strijd voor erkenning en vrijheid.

Tags:

Slapen onder een sterrenhemel

De afgelopen dagen zijn we overstroomd met negatieve informatie, maar ook zijn er gelukkig ook nog positieve kanten van het sociale Palestijnse leven. Ik heb even geen zin in diepgaande analyses en andere negatieve verhalen, dus nu even een simpele beschrijving van een verblijf bij een gastfamilie.

Afgelopen twee nachten heb ik dan ook verbleven bij een Palestijnse gastfamilie, die mij liefdevol heeft verzorgd. Dit verblijf heeft het inzicht in de Palestijnse samenleving wat duidelijker gemaakt en toont op welke manier de familie een rol kan spelen in het leven. Ik verbleef bij de familie waarvan ik de naam niet zal noemen (je weet maar nooit), maar laten we Alhabba noemen.
De tweede verdieping wordt bewoond door de familie. Het betrof een vijfkamerappartement, waar de familie in en uitliep, de hele tijd. Bij de eerste keer avondeten, kwam nichtlief met kind en man binnenlopen. Daarna kwam de tante van beneden, net als nichtje Christine, waarna ook nog neef Samir er was. Hij heeft een verloofde in Gaza die hij via het internet kent, want christelijke Palestijnen, die zijn toch relatief zeldzaam. In ieder geval wonen in Betlehem en Beit Sahour (bekend van de shepherd fields) veel christenen, waardoor sommige winkels (die van moslims) op een andere dag gesloten zijn, dan die van christenen.
Om maar even terug te komen op de familie. Het was een dolle boel, iedereen liep in en uit, lachte en er hing een fijn gemeenschapsgevoel in de lucht. Ik kwam terecht in een modern gezin, vader, moeder, dochter en zoon. Ze woonden op het landgoed van de familie “Alhabba”. De vader van het gezin is opgegroeid op de benedenverdieping, en heeft zijn huis erbovenop gebouwd, samen met zijn broer. Aan de overkant woont de broer van vader Alhabba, aan de zijkant woont oma met nog een oom en tante. Aan de andere kant woont de neef met de kinderen; er is dus gewoon sprake van een hele Alhabba wijk, en iedereen weet waar je woont als je deze achternaam draagt. Ook zijn er in Beit Sahour nog andere meer gemengde wijken, maar het is in ieder geval erg interessant om meer te weten van deze structuur.
De eerste avond stroomde het beneden bij het huis in de tuin vol met jongeren, jongeren van de christelijke hulporganisatie die de afgelopen week heeft georganiseerd. Daarbij werd Dabka gedanst, gezongen, gelachen, de sfeer was fantastisch. Boven kwam de familie binnenzetten. De zus van de moeder des huizes, woonachtig in Michigan (veel Palestijnen wonen in het buitenland), was samen met man en kinderen terug in Palestina, op familiebezoek. Zelfs als men al twintig jaar in Amerika woont, kun je nog in vloeiend Amerikaans complimenten krijgen, die in Europa als een grote belediging kunnen worden opgevat. Op mijn leeftijd kan het raar zijn om jonger te worden geschat dan je bent. “Oh Matt, you 24? I thought you were max 19 or 20 years old!” Ach ja, ik probeerde mij netjes te verontschuldigen dat ik met bril op en pak aan er nog wel een paar jaartjes bij won, maar later werd mij pas duidelijk dat het om een compliment ging. De gastvrijheid blijft eindeloos, ook als je om elf uur ’s avonds nog een sandwich met kip krijgt aangeboden c.q. door je strot krijgt gedouwd.
Wat ook mooi is, en wat Joris Luijendijk ook wel wist te beschrijven, is het feit dat Arabieren een hand geven na iedere grap. Het is een gewoonte die ik erg mag. Langzaam begin ik mijn hart te verliezen aan dit land. In Nederland dacht ik nog dat de Westbank bijna gelijk stond aan hel op aarde; hier ontdek ik dat het een mooi land is met warme mensen en bijzonder veel rijst, kip en yoghurt, waar Palestijnen dol op zijn.
Gisteravond zijn we met een hele groep naar een restaurant vertrokken, om daar arguila (waterpijp) te roken. Ik moet toegeven, het was mijn eerste keer dat ik mij gewaagd heb aan de geneugten van de waterpijp, maar ik vond het wel erg lekker. Daarnaast werd er nog flink meezongen met Arabische muziek en werden uiteraard grappige woorden uitgewisseld in het Arabisch en het Nederlands.

Wat dit kijkje in een Arabisch gezin vooral aan mij heeft duidelijk gemaakt, is de rol die familie speelt in het dagelijks leven, de invloed die heeft op de stadsstructuur van Seit Bahour, het feit dat Palestina helemaal geen onderontwikkeld en ouderwets gebied hoeft te zijn (mijn familie had meer elektronische apparatuur in bezit dan menig westers gezin).
Het mooiste is nog dat ik een nacht op het dak heb geslapen, iets wat de familie in warme dagen vaak doet (en dat was het nu ook). Samen met de zoon des huizes, neef Matthew en verre familie Iliass sliepen we op het dak van de Alhabba’s, onder volle maan, en uitzicht op Betlehem, vanuit de shepherd fields. Ook hier was humor niet van de lucht, zoals de gastvader wist te zeggen: “I will turn off the light, but I can not turn off the light of the moon.”

Tags:

Ontmoetingen – of juist het gebrek daaraan

Waar het in deze reis om draait, is de ontmoeting. Ontmoetingen waar wij als groep van kunnen leren, maar ook ontmoetingen waar de Israëliërs en de Palestijnen zélf van zouden kunnen leren. Wij zien beide kanten van het verhaal, en ook al dreig je persoonlijk soms de kant van een bepaalde groep op te schuiven, het is gewoonlijk niet mogelijk, omdat dit land met de dag complexer lijkt te worden, dóór ontmoetingen. Aan de hand hiervan wil ik graag enkele ervaringen van de afgelopen dagen toelichten. Het zal erg pro-Palestijns overkomen, maar ook het joodse lijden moet niet worden onderschat, en überhaupt, er hoeft niet altijd over gepraat te worden. Toch lijkt het conflict haast niet los te maken van de individuele mensen met wie je praat. Maar ik wil mij in dit bericht eerst op het volgende richten:

Bij het bezoek aan een Israëlische mensenrechtenorganisatie die zich richt op acties van het leger in de Palestijnse gebieden, kwam een punt naar voren. De spreker vertelde dat het leger zelden tot nooit seksuele incidenten heeft gehad met de Palestijnse bevolking, een fenomeen dat in tijden van oorlog niet in de orde van ongewoonheden kan worden geschaard. De medewerker van deze organisatie wist te vertellen dat Isräel “de Palestijn” nooit menselijk heeft gemaakt. Dit kwam op mij als een grote schok over. Hoe kan een Palestijn nou geen mens zijn en een jood wel? Dit beeld is eigenlijk makkelijk hoog te houden door een gesloten gemeenschap te creëren, met onderwijs een inferieur en onmenselijk beeld te creëren, tijdens de dienstplicht mensen verder op te hitsen tegen dit Arabische volk en daarnaast Israëliërs nog eens te verbieden de zogenaamde A-gebieden in te reizen en ze ook nog eens te verstoppen achter een vreselijke muur (die overigens wel is voorzien van mooie graffiti en posters).

En ik moet het eerlijk toegeven. Voor mij waren Palestijnen eigenlijk ook geen mensen. Voor mij waren ze een abstracte groep mensen die af en toe in het nieuws terugkwam en een rol speelden in de wereldvrede. Nu hebben ze plotseling namen: Abi, Manal, Adel, Ibrahim, Baha, en ga zo maar door. Plotseling ben ik ontvangen door warme mensen, die niet alleen maar negatief in het leven staan en zeker niet alleen maar negatief praten over joden. Plotseling wordt mij verteld dat Palestijnen enorm hoogopgeleid zijn, enorm open, gedreven, ze spreken hun talen nog beter dan de Nederlanders en joden bij elkaar, maar tegelijkertijd zijn ze ook traditioneel als het gaat om de zeden. Hoe heb ik deze Palestijnen ontmoet? Onder meer zijn we uit eten geweest met een groep Palestijnse jongeren, zoals ik had verteld, waarin de frustratie over de checkpoints naar voren kwam, maar ook gewoon moppen werden getapt (zoals Steffie heeft geschreven). Vandaag hebben we met jongeren gesproken die aan bewustwording werken, in de Palestijnse gebieden en op internationaal niveau. Op de Universiteit van Betlehem kon openlijk worden gepraat over alles, van studie, werk, familieleven, liefde, relaties, sport, het conflict, dromen, trots… levenskunst.

Als Israëliërs en Palestijnen nu eens de menselijke ontmoetingen zouden hebben met diegenen die ik heb ontmoet de afgelopen dagen, en dan vooral de mensen van hogeraf, dat zou een hoop veranderen, niet per se oplossen, maar wel veranderen. Daarbij greep een voorbeeld mij aan wat een van de organisatoren van onze reis, Meta, wist te vertellen. Zij haalde het voorbeeld aan dat een joodse vrouw uit Jeruzalem een bijzonder interessant gesprek had met een vrouw. Toen zij vroeg waar de andere vrouw vandaan kwam, antwoordde zij: “Ramallah”. “Oh, u woont op de Westbank, dus … u bent Palestijns?”. Sindsdien zet deze vrouw zich in voor de kwestie.

Maar ontmoetingen vinden nauwelijks plaats. Palestijnen zijn beperkt in hun bewegingsvrijheid, en Israëli’s houden ook niet te veel van reizen. In Tel Aviv heeft men geen begrip voor het leven in Sdrot, waar men bestookt wordt met raketten van Hamas, de normen in het religieuze Jeruzalem zijn weer conservatiever dan in het moderne Tel Aviv. Men reist hier weinig en de contacten zijn dan ook minder frequent, zowel in Israël als in de Palestijnse gebieden. In Nederland heb ik vrienden en kennissen in Groningen, Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Zwolle, Leeuwarden, Den Haag, Rotterdam, etc. Hier is dat veel minder. Als mensen hier meer van het leven willen genieten, minder onderdrukt willen worden, en joden en Palestijnen allebei in vrijheid willen leven, dan zou de ontmoeting, tussen Palestijnen onderling, tussen Israëliërs onderling en tussen Palestijnen en Israëlisch geen slecht begin zijn.

Tags:

Van Holland naar the Holy Land

Daar zijn we dan, na een voorspoedige vlucht uit Nederland naar Israel heb ik het idee dat ik nu pas echt aan het landen ben. Tijdens het verblijf hier ben ik al overvallen door blijdschap, afschuw, triestheid en verbazing. Ten eerste, wat is mij zo opgevallen hier in Israel?

Het vreemde is dat een land wat ik alleen uit verhalen ken – bijbelverhalen, krantenberichten, televisiebeelden – opeens heel concreet is geworden. Er is de Via Dolorosa, een straat die je vooral met het christendom associeert. Maar wat blijkt, en het klinkt heel stom, er zitten gewoon winkels in die straat, er lopen mensen doorheen, er voetballen jongeren en er ligt ook rotzooi. Deze lijn kan ik in zijn geheel doortrekken in de rest van de ervaringen van de afgelopen dagen. Eigenlijk duizelt alles nog te veel in mijn hoofd en moet ik het nog beter op een rijtje zetten voordat ik jullie er beter over zou kunnen vertellen. Dan maar een wat chaotische impressie van wat ik jullie wil vertellen:

Israel heeft opeens menselijke en concrete trekken aangenomen. Tijdens een etentje met Palestijnse jongeren van een van de partnerorganisaties, bleek opeens dat Palestijnse jongeren ook foute grappen kunnen maken, en het is ook vreemd opeens een zogenaamd Jeruzalem-paspoort in handen te hebben. Tijdens een bezoek aan Sederot hebben we gepraat met een Israelisch meisje. Deze stad ligt slechts een kilometer van de Gazastrook, en er zijn al meer dan 7000 Palestijnse raketten afgevuurd op die stad. De hele stad gaat er mentaal onder gebukt, en ook dit meisje, ondanks alle kracht en frustratie die ze uitstraalde. Wat mij ook heeft verbaasd, is het feit dat ik mij het veiligst heb gevoeld… op de Westbank. De mensen waren heel vriendelijk, ik had niet het gevoel dat er het gevaar was van aanslagen, of de mogelijkheid dat er een Kazam zou worden afgevuurd op Sederot (ondanks de wapenstilstand die nu geldt). Het meisje uit Sederot, de Palestijnse jongeren, bij beide kanten heb ik een mengsel geproefd van hoop, genieten met de dag, verbitterdheid en moedeloosheid. Ik weet er nog te weinig over, en daar zijn drie weken veel te kort voor, om daar iets zinnigs over te kunnen vertellen. Laten we het er in ieder geval ophouden dat eigenlijk zeggen dat het zwart-witdenken, pro-Palestijns of pro-Israel nu al niet meer opgaat. Er leven hier mensen die elk hun eigen wereldbeeld, levensovertuiging en mening hebben. Het is zaak om daar de komende drie weken naar te luisteren en van te leren.

Tags: