Archief van juli, 2007

Blurrie Flurrie

De vakantie komt eraan, dus tot over een tijdje!

Masters of Science!



Tags:

Red Bull

Het zal me wat worden. Komende september ga ik in Parijs studeren voor een half jaar. Onlangs las ik over een onderzoek waaruit bleek dat Nederlanders de minste tijd aan het studie besteden (ongeveer 32 uur meen ik) en de Fransen stonden bovenaan de lijst met, als ik me niet vergis, 42 uur studie per week. Toch al snel een verschil van tien uur per week.
42 uur. Dat is best een hoop. Ok, nu zal dat wel voor een deel gecompenseerd worden door het feit dat ik geen baantje heb als ik daar verblijf, maar zo’n groot aantal uren studie betekent dat ik ook wel eens een nachtje zal moeten doorhalen. En wat heb je nodig bij een nacht wakker blijven? Juist (Renate!), Red Bull (of Rodeo in mijn geval, maar ik noem het Red Bull, want Sourcy noemen we ook Spa). Ik drink het sporadisch, maar tijdens die nachten dat je wakker moet blijven om iets af te krijgen is die rode stier van levensbelang. Nu ga ik met angst en beven m’n studietijd in Parijs tegemoet. 42 uur studie (!), en Sciences Po schijnt al helemaal een bikkeluniversiteit te zijn, dus misschien ligt het gemiddelde daar nog wel boven de 42 uur. Een verklaring was overigens wel voor handen: de werkloosheid onder jongeren is veel hoger in Frankrijk dan in Nederland, dat betekende dat de concurrentie groter was en je dus meer tijd en moeite in je studie steekt. Meer tijd steken in je studie, dat betekent (a) meer nachten doorhalen dan in Leiden en (b) nog meer Red Bull.

Red Bull. Tja. Red – Bull.
Dat hebben we niet. Of, on n’en a pas.

Die nachten doorhalen, mede mogelijk gemaakt door Red Bull, kunnen niet plaats gaan vinden in Frankrijk. Het wordt slapen boven boeken en toetsenborden, want men verkoopt het gewoonweg niet in Frankrijk. Sterker nog, het is verboden! Hoe moet dat gaan als ik in Frankrijk verblijf?

De oplossing is gelukkig snel gevonden, want iedereen die bij me langs wil komen, moet gewoon een blikje Red Bull voor me meenemen!

Tags:

Olk olk olk

In China eet je soep met een … ?

Stress

Tags:

Dromen in de gevangenis

Op koninginnedag dit jaar heb ik, zoals ik verwees in mijn korte bericht, een gevangenis in Malawi bezocht. Na dit bezoek kan ik concluderen dat de gevangenen in Nederland nog niet mogen klagen. Hierover bestaat overigens toch wel enige maatschappelijke consensus.

Het is in de gevangenis, zoals Witte Pater Piet van Hulten wist te vertellen, alles behalve een pretje. We zijn het met eigen ogen gaan bekijken. Reden voor ons bezoek was de aanwezigheid van een door de Witte Patters ondersteund onderwijsproject in de gevangenis, zodat gevangenen – althans, diegenen die daaraan deelnemen – met een middelbare schooldiploma op zak de maatschappij in kunnen (let wel, dit is in Malawi meer waard dan in Nederland). Het onderwijsproject heeft eigenlijk nog de minste indruk op mij gemaakt. De gesprekken met gevangenen des te meer.
Het was ons van te voren niet verteld, maar om bij het onderwijsproject in de gevangenis te komen, moesten we het centrale plein van de gevangenis oversteken. Daar waar alle gevangenen je zonder tussenkomst van iets of iemand kunnen bereiken. Het gevoel dat door mijn lichaam en hoofd schoot was dan ook bijzonder onprettig. Als groep van twintig blanken, waarvan van vele vrouwen, trokken we behoorlijk de aandacht. Wat aanvankelijk een onbehaaglijk gevoel opleverde – mannen worden van vrouwen gescheiden en zien dus nauwelijks een vrouw en met ons bezoek was er plotseling een vijftiental blanke vrouwen in het kamp – bedaarde gelukkig vrij snel tot een rustig gevoel.
Op het terrein stond een aantal gebouwen waarin alle gevangenen sliepen. Op het eerste gezicht had het iets weg van een concentratiekamp. De gevangenis is omgeven van dubbele hekken prikkeldraad en enkele bewakers. Het dunkt me dat het niet onmogelijk was te ontsnappen van het terrein, want de hekken waren helemaal niet zo goed uitgerust. Veel krijgen de gevangenen overigens niet: één keer per dag nsima (maïspap). Het klinkt karig, maar aan de andere kant is het niet veel meer dan sommige Malawianen zich kunnen veroorloven. De gevangenis is gebouwd op de opvang van 750 man, er verblijven echter tweeduizend gevangenen. Het mannengedeelte was het volste. In één slaapverblijf hebben 150 personen hun ‘bed’ staan, en daar delen ze één wc. Er stond altijd een wachtrij: voor de wc, maar ook voor het bed. Men dient af te wisselen met slapen, omdat er gewoonweg te weinig bedden zijn. Beschutting in de buitenlucht is er nauwelijks; dit biedt in het regenseizoen toch problemen. Dan vat men kou, zeker als de grond modderig wordt en niet de beschikking heeft over goede kleding en schoeisel.
Contact met de familie is ook moeilijk. Uiteraard biedt gevangenschap een probleem als je je familie wilt onderhouden, en geeft het beperkingen als je je familieleden wilt zien en spreken. Beschikking over een telefoon is er niet, dus contact is alleen mogelijk middels brief en bezoek. Als er bezoek komt (in andere woorden: als de familie het zich (financieel) kan veroorloven naar de gevangenis af te reizen), vindt het gesprek plaats op een afstand van vijf à zeven meter, met daar tussen twee hekken prikkeldraad. Privacy hebben ze dus allerminst en bezoek sporadisch.
Eén gevangene die ik sprak had twee kinderen en een vrouw in het noorden van het land. Hij had ze al twee jaar niet gezien. Wel één brief ontvangen. De andere gevangene beweerde onterecht vast te zitten omdat er vals tegen hem getuigd was. De straffen in Malawi zijn niet mals, zeker in verhouding tot de Nederlandse strafmaat.
Aan de andere kant was ik erg verrast door de blijheid die heerste in het kamp. Vooral mijn naamgenoot Matias, één van de docenten van het onderwijsproject (daardoor genoot hij overigens meerdere privileges: hij droeg betere kleding en had een betere slaapplaats) kon zijn geluk niet op met een Europeaan die dezelfde naam droeg en bleef constant glimlachen. Ik vermoed dat die blijheid maar van tijdelijke aard was, ons bezoek, een groep van twintig man, was het hoogtepunt van de dag, zo niet de maand … of het jaar?
Treurig is te bedenken dat ik als ‘speciale gast’ veel van de gevangenen van dichterbij heb gezien en gesproken, heb aangeraakt, daar waar hun familieleden op afstand worden gehouden met twee hekken prikkeldraad ertussen, en dat jarenlang.
Wat mijn indrukken ook geweest zijn, het kan niet anders dan dat wij een vertekend beeld van de situatie hebben gekregen. Zo werd een viertal vrouwen – naar vermoeden – voor de show neergezet bij het onderwijsproject voor de vrouwen en werd er plotseling nsima aangevoerd voor de gevangenen toen wij bijna waren vertrokken. Wellicht hadden de docenten wel plotseling betere kleding gekregen en zaten er ‘show’-leerlingen bij het onderwijsproject. Ik durf het niet te zeggen.
Hoe rooskleurig het misschien ook gebracht is, de ernst van de situatie aldaar kon niet met een aantal maatregelen worden verbloemd. Menig gevangene had nog veel geelkleuriger ogen en een ongezond lijkend gelaat dan veel dorpelingen die we gezien hadden.
De gevangenis heeft diepe indruk op mij gemaakt. Veel gevangenen wilden met mij corresponderen, waar ik op dat moment niet al te negatief tegenover stond. Nu vraag ik mij af of ik er goed aan heb gedaan die toezegging te doen: wat kan ik hun brengen? Hun droom in stand houden dat ik voor hen persoonlijk iets kan betekenen in de toekomst, terwijl dat uiteindelijk op een teleurstelling uitloopt? Aan de andere kant heeft mijn ‘naamgenoot’ Matias een zodanige indruk op mij gemaakt dat ik het niet vervelend zou vinden contact met hem te onderhouden. Ik ben benieuwd naar zijn wereld. Ik twijfel nog. Is het eerlijk? Misschien dat het leven met een droom de pijn van de gevangenis verzacht.

Tags: