Archief van juni, 2007

Filantropie in Senegal

Wie het breed heeft laat het breed hangen, zo luidt een bekend Nederlands spreekwoord. Misschien is het niet in het bijzonder van toepassing op de Nederlandse calvinistische volksaard en diens rijken. In Amerika gaat het er anders aan toe, en – minder voor de hand liggend – ook in Afrika?

In het tijdschrift Onze Wereld, de editie van juni 2007, wordt een tweetal interessante zaken geschreven, die op het eerste gezicht niet aan elkaar gekoppeld lijken te zijn. Eén artikel gaat over filantropie in Amerika en hoe grensoverschrijdende weldoenerij nog steeds als investering gezien kan worden; de inleiding van het tijdschrift gaat in op ontwikkelingshulp in Afrika en hoe de westerse notie van de juiste geldbesteding kan conflicteren met de Afrikaanse visie.

Dat laatste werd kort en bondig uitgelegd door Marc Broere, de plaatsvervangend hoofdredacteur van Onze Wereld. Hij haalt het voorbeeld aan van een Nederlands project in Senegal. Bij de uitvoering van dat project kwam de botsing tussen de Afrikaanse en westerse visie aan de oppervlakte. Wat was het geval? Landlozen konden geld lenen om kleine bedrijven te starten. Na drie jaar bleek dat het geld door de Afrikanen niet was uitgegeven zoals door de consultants was bedoeld: 30 procent van het geleende geld was uitgegeven voor het opzetten van die bedrijfjes. Het andere deel van het geld was geïnvesteerd in andere zaken: vooral sociale doeleinden – in de ogen van de Senegalezen een langetermijn investering.

“De een had het geld ‘geïnvesteerd’ in een huwelijk van de dochter van een kennis, de ander in de begrafenis van de zoon van een ver familielid, en ga zo maar door. In Afrika is arm zijn vaak een gevolg van het hebben van te weinig relevante sociale contacten. Wil je daar duurzaam investeren, dan doe je dat in vriendschappen of in familiebanden. Het op die manier geïnvesteerde geld komt niet meteen terug, maar schept bij de ontvanger wel en verplichting die soms een heel mensenleven kan duren.”

De investering was in de ogen van die Senegalezen dus veel belangrijker dan het geld uit te geven aan het opzetten van een nieuw bedrijfje. Het is op dit punt dat ik voor mijzelf de link legde met filantropie. Deze Afrikaanse praktijk van sociale investeringen is helemaal niet zo niet-westers als wij denken. Sterker nog, het barst ervan, zeker in Amerika.

Amerika is het land van de filantropen. Wikipedia heeft zelfs een lijstje aangelegd met bekende Amerikanen die als zodanig beschouwd kunnen worden. Maar filantropie is helemaal niet zo onbaatzuchtig als het lijkt. Als ik Onze Wereld mag geloven is Bill Gates helemaal niet zo onbaatzuchtig als hij lijkt met zijn Bill & Melinda Gates Foundation: de ontwikkelingshulp die hij verstrekt biedt bepaalde Afrikanen de kans om wetenschapper te worden en wie weet vindt deze man die op een dag weer een belangrijk medicijn uit voor de kinderen van Bill Gates. Filantropie wordt neergezet als een langetermijninvestering. Met binnenlandse filantropie is het resultaat veel directer duidelijk: iedereen, ook de filantroop, heeft baat bij een betere gezondheidszorg, een goed opgeleide bevolking, etc. Het tijdschrift maakt dan ook onderscheid tussen charitas en filantropie. Met charitas geef je iets weg en filantropie is een langetermijninvestering waar mensen ook wat voor moeten doen.

Is het verhaal van Marc Broere over het project in Senegal niet een geval van filantropie, alleen dan op kleinere schaal? De Afrikanen die geld hadden geleend beschikten opeens over meer geld, en het zou raar zijn als ze het alleen maar aan zichzelf zouden besteden, dus investeerden ze het in sociale relaties. We hebben het hier misschien niet over filantropen in de mate van rijkdom zoals Amerika die kent, maar ik vraag me af in hoeverre er verschil in de twee gevallen zit. Het ‘overtollige’ (geleende) geld bood goede filantropische investeringsmogelijkheden in Senegal en in Amerika doet men min of meer hetzelfde, als men geld overheeft.
Ter overdenking vraag ik me af of deze fenomenen dus echt hetzelfde van aard zijn – in Senegal èn Amerika – of dat ik er maar een verklaring voor heb proberen te vinden. Who knows?

Warhol-symmetrie

Tags:

Free Hugs

Gisteren liep ik over het stationsplein in Leiden en daar stond een vrouw. Met een bordje.

Free Hugs

Even moest ik lachen, maar ik dacht: waarom ook niet?

Na de intense knuffel, vertelde de Free Hugs-mevrouw – overigens een heel normale vrouw – dat het initiatief is begonnen met een filmpje op YouTube. En jahoor, even googlen levert een hit op naar een YouTube-filmpje, maar ook een verwijzing naar de officiële site van de Free Hugs Campaign. De campagne is eigenlijk wereldberoemd! Juan Mann, de man die begonnen is met de campagne, is zelfs bij Oprah op bezoek geweest.

Bij deze sta ik ook open voor digitale knuffels. Komt u maar!

De Malawiaanse Identiteit

Begin mei heb ik een bezoek gebracht aan het prachtige land Malawi. Dit bezoek, dat ik samen met de Studentenvereniging Ontwikkelingsamenwerking Leiden (SOL) – waarvan de afkorting overigens ook zou kunnen worden geïnterpreteerd als munteenheid, Scandinavische godin, muziekterm, een dag op mars of een biermerk; dit overigens terzijde – heeft mijn blik op de wereld verruimd. Het was mijn eerste bezoek buiten de westerse wereld. Mijn ogen gingen voor het eerst open tijdens het bezoek aan het dorpje Dickisoni, niet ver van de grens met Zambia en bekend van de reportages en het boek van Dick Wittenberg.

Tijdens ons bezoek raakten we als groep in gesprek met de locals en praatten we met het dorp, à la Rich Meets Poor van nrc.next. We kregen vragen als, “Zijn er zwarten in Nederland?”, “Zijn de boeren in Nederland zwart?” en de enige vraag die de vrouwen na hard aanmoedigen wisten te verzinnen: “Weten Nederlandse vrouwen hoe ze nsima moeten maken?”. Op de markt in de stad werd je aangesproken met boss, refererende aan de vroegere koloniale verhoudingen. Een reisgenoot weet dit punt ook mooi te verwoorden aan de hand van het feit dat de Malawianen die iets met het westen hebben gedaan, dit zoveel mogelijk proberen te benadrukken in een gesprek. Daarbij vertellen ze dát ze wel in Europa zijn geweest en dát ze bekende acteurs en musici kennen, dat ze kennis hebben van en affiniteit hebben met de westerse cultuur. Persoonlijk voelde ik mij zeer onprettig in mijn rol als “bovengeschikte” blanke, een rol die mij in de schoenen werd geschoven.

Het gekke is dat ik na enige dagen de indruk kreeg dat onderscheid op huidskleur lang niet zo’n controversieel onderwerp is als in Nederland. En als dat het wel is, dan op een andere manier. Uiteraard val je als blanke op in Malawi; overal waar je gaat of staat zoemt het woord mzungu om je heen (dat betekent blanke in het chichewa, de taal van de Malawianen). Volgens mij moest het niet eens op een beledigende manier worden opgevat. Ik geloof dat het onderscheid op huidskleur veel meer een geaccepteerd cultuurfenomeen is. Je bent gewoon blanke en dan ben je dus anders dan de rest van de bevolking. Je bent rijk en komt van een superieure cultuur, of in ieder geval een cultuur voorzien van een verhaal, een geschiedenis en een identiteit.
Het grote verschil tussen blanken en zwarten werd duidelijk gemaakt door (Witte) Pater W1illem Kerkhof, die onze groep begeleidde naar het dorpje Dickisoni. Dit behoeft enige toelichting: in Dickisoni heeft de NRC journalist Dick Wittenberg een paar weken gewoond, samen met het dorp en samen met een Malawiaan, in één huis. Hij heeft geleefd zoals alle andere dorpelingen. Bij ons bezoek benadrukte de man (die met Wittenberg die bewuste weken in het huis heeft doorgebracht) maar al te vaak dat híj samen met “Dick” in het huis heeft gewoond. Pater Willem Kerkhof illustreerde aan de hand van dit voorbeeld dat het binnen het voorstellingsvermogen van de bewoners van Dickisoni gewoonweg niet mogelijk was dat dit zou gebeuren: een blanke die leeft als een zwarte. Aan de andere kant had ik mij niet voor kunnen stellen dat deze gedachte überhaupt bestond: het is toch gewoon een kwestie van doen? De zwarte dorpeling beschouwde zichzelf als ondergeschikt aan de blanke en begreep niet dat de blanke hetzelfde zou kunnen leven. Toen ik in een gesprek raakte met een docent van de dorpsschool kon hij niet geloven dat ik met een zwarte in huis woonde en dat ik zwarte achterneefjes had.

Het blijkt maar hoezeer het Britse koloniale tijdperk zijn sporen heeft achtergelaten in de cultuur van Malawi. Of dit allemáál te danken is aan het koloniale tijdperk betwijfel ik, omdat het nog altijd de blanken zijn die ontwikkelingshulp bieden. De Malawianen wachten namelijk lijdzaam voedsel- en ontwikkelingshulp af; de blanken moeten ze redden in tijden van hongersnood. Daarnaast – hoewel veel dorpelingen hiervan niet zoveel zullen weten – is het de westerse wereld, die ervoor heeft gezorgd met het stopzetten van donorgelden, dat Malawi ertoe werd gedwongen een democratie te worden en dat het land geforceerd werd/wordt verregaande liberalisering van de economie te bewerkstelligen. Pater Kerkhof benadrukte dan ook tijdens een korte preek voor het dorp dat het uiteindelijke doel van ontwikkelingssamenwerking moet zijn dat Dickisoni zichzelf kan redden en het die hulp niet eens meer nodig heeft. Zelfredzaamheid is het motto.

Hoe kunnen de Malawianen zich uit deze ondergeschikte rol ontworstelen? Menno Welling, van de stichting Mlambe benadrukte tijdens een lezing het belang van een eigen cultuur. Malawi deelt geen glorieuze vaderlandse geschiedenis, geen cultuureigen elementen, geen traditionele muziek, geen nationaal-historisch museum. Al die culturele elementen waren nog niet als zodanig benoemd, en de notie van trots voor die culturele kenmerken is dan ook alles behalve wijdverbreid in het land. Het ontbreekt de bevolking aan een trots voor hun eigen land, cultuur en taal; een fierheid op een eigen identiteit. De ironie schuilt in het feit, dat de Malawianen met de grootste hartstocht voor het land, die ik tijdens de reis ben tegengekomen, blanken en enkele hoogopgeleide zwarten zijn. Hoe dan ook, Welling probeert onder meer tradities en historische objecten op te sporen en te conserveren – of dit op zijn minst te stimuleren – en daarmee hoopt hij bij te dragen aan de conservering van de Malawiaanse cultuurhistorie (en het creëren een gevoel van eigenwaarde).
Dit issue van een gebrek aan zelfwaardering is – denk ik – niet zozeer gekoppeld aan de huidskleurkwestie, maar aan geschiedenis. In een land als Ethiopië, dat nooit gekolonialiseerd is geweest, is wel degelijk sprake een eigen identiteit en daarbij behorende trots en een gevoel van eigenwaarde. Malawi heeft nooit de kans gehad zoiets te ontwikkelen en op dit punt worden cultuur, geschiedenis en huidskleur dan ook met elkaar – hoe ironisch de woordspeling ook is – gemengd.

Tags:

Ik zie ze vliegen!

Tags:

Eerste spoorlijn

Onlangs kwam ik in een gesprek met een goede vriend van mij op het onderwerp van de eerste spoorlijn in Nederland. We kwamen – op basis van één veronderstelling – tot de conclusie dat onze geschiedenisboekjes niet al te consequent zijn. Wat is er namelijk het geval?
Wij leren dat de eerste spoorlijn in Nederland in 1839 voor het eerst in gebruik werd genomen tussen Amsterdam en Haarlem. We kwamen echter tot de conclusie dat strikt genomen dit helemaal niet zo is. Deze spoorlijn is inderdaad de eerste spoorlijn op huidig Nederlands grondgebied, maar niet de eerste Nederlandse spoorlijn.
Hoe zit het nu precies? In 1839 heeft Nederland België erkend als onafhankelijk land, terwijl België zichzelf tot onafhankelijk Koninkrijk had uitgeroepen in 1830. In 1839 werd België pas voor het eerst internationaal erkend met de ondertekening van het Verdrag van Londen. In strikt juridische zin houdt dit in dat het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden pas in 1839 werd ontbonden. Dit betekent dus dat alles wat tussen 1830 en 1839 gebeurt is in België, officieel ook toebehoort aan de Nederlandse geschiedenis.
Wat betekent dit nu effectief voor de eerste Nederlandse spoorlijn? De eerste Belgische spoorlijn reed in 1835 tussen Brussel en Mechelen. Op dat moment beschouwde koning Willem I het huidig Belgisch grondgebied als deel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dit Koninkrijk was nog niet ontbonden! Dat betekent strikt genomen dat de spoorlijn tussen Brussel en Mechelen de eerste Nederlandse spoorlijn is! Het traject tussen Amsterdam en Haarlem is het oudste op het huidig Nederlands grondgebied.

Eén ding wordt wel verondersteld: dat het Verdrag van Londen nog steeds geldt als officiële erkenning van België door Nederland. Deze verklaring zou niet gelden indien Nederland met terugwerkende kracht België als onafhankelijk land zou hebben erkend sinds 1930. Dit is goed mogelijk aangezien bijvoorbeeld in 2005 minister Bot ertoe besloot 17 augustus 1945 als onafhankelijkheidsdatum van Indonesië te aanvaarden, waar we totdantoe 27 december 1949 als Indonesische onafhankelijksdatum hanteerden. Ik heb een dergelijke bron voor de zaak Nederland-België echter nergens kunnen vinden. (Foto: Br0wser)

Drieëntwintig

En dan ben je plotseling 23. Het is geen bijzondere leeftijd, maar het is wel bijzonder toevallig dat de film The Number 23 (met Jim Carrey) twee weken en drie dagen geleden in Nederland in première is gegaan. Wikipedia weet verder te vermelden dat 23 een priemgetal is, en (het volgende is compleet nieuw voor mij, maar Wikipedia verrijkt je leven) een gelukkig getal. Dat betekent dat je de afzonderlijke cijfers 2 en 3 kwadrateert en je deze kwadraten optelt. Dit moet je herhalen tot je één cijfer krijgt en als dat een één is, heb je een gelukkig getal. En dat klopt: 23 geeft 2² + 3² = 13 13 geeft 1² + 3² = 10 10 geeft 1² + 0² = 1. Nou, dat geeft toch weer wat jeu aan deze, vooralsnog, niet zo bijzonder lijkende leeftijd. (Foto: Fraumrau)